#Vlog: aangepaste fiets, aangepaste hobby en aangepast leven

Knikje

Vijfentwintig jaar geleden waren motoren een nog enigszins ongewone verschijning op ’s Heeren wegen. Deze schaarste schiep een zekere band onder de motorrijders, die werd bezegeld door elkaar bij het tegenkomen met een kort handgebaar te groeten. Met uitzondering van Hells Angels en andere ruige motortypes, die reden alles en iedereen op hun knetterende Harley-Davidsons met een stuurs gezicht voorbij. Als fietser groet je elkaar niet. Er zijn er zoveel, het is onbegonnen werk. Alleen de fietsers die ik ken, meen te kennen of graag wil leren kennen, krijgen van mij een groetje.

Boodschappen doen

Ik ga boodschappen doen.

Ik zie er tegenop.

Sinds ik een hersenkneuzing heb gehad blijf ik liever binnen. Ik woon middenin een grote stad en het is ook nog zomer dus buiten is het chaotisch druk en lawaaierig. Er rijden auto’s en bussen en fietsen (die laatsten het liefst op de stoep of tegen het verkeer in). Mensen steken schuin over en roepen naar elkaar in alle talen van de wereld. Op de hoek staat een generator, en op de andere hoek wordt een steiger gebouwd. Het zonlicht weerkaatst in de lak van geparkeerde auto’s en komt daardoor van alle kanten.

Het komt allemaal op me over als een overweldigende kakofonie van geluid en licht en beweging want ik kan al die prikkels niet meer goed filteren en op waarde schatten en alles komt dus op vol volume binnen.

Maar dat ziet niemand aan me.

Droomdag

Twee jaar geleden droomde ik er van om in 2012 de Roparun te lopen. Een estafetteloop van Parijs naar Rotterdam, met als doel geld inzamelen voor de bestrijding van kanker. Naast dit goede doel ging het ook om de uitdaging om samen met een heel team van medelopers, fietsers en verzorgers deze monstertocht tot een goed einde te brengen. De voorbereidingen waren al begonnen en niets stond deelname in de weg, tot het ontregelde brein roet in het eten gooide.

Wilniet

Schreeuwend, krijsend, de achter hem aan slepende voeten ritmisch roffelend op de straatstenen, hield hij met zijn kleine armpjes het linkerbeen van de man ter hoogte van de enkel stevig omklemd. Wilniet probeerde zo uit alle macht de man op andere gedachten te brengen, te voorkomen dat hij het gebouw binnenging. Dat kon niet, mocht niet, wilde hij niet, was een schande voor hen beiden.

Fietsen

Een hoog, iel lachje, dreunende, rennende voetstappen en een mannenstem die continu roept: ‘Stoppen, stoppen, NU!’  Even worden ze zichtbaar door een opening in de bosschages, een klein meisje dat de pedalen van haar slingerende fietsje zo snel mogelijk rond laat gaan en de achter haar aan hollende vader, de panden van zijn jas als twee lamme vleugels achter hem aan wapperend. Ze verdwijnen uit het zicht aan de andere kant van de opening in de struiken, alleen het lachje en het geroep zijn nog hoorbaar. Dan wordt het stil.