Energie. Ik houd wel van dat woord. Energie klinkt sterk en kan groots zijn. Er zit kracht in verscholen. Je kan spreken van een drive. Energie moet stromen, staat niet stil! Een woord wat bij mij past, want ik kóst energie. Dat zeg ik zonder schroom, het is gewoon zo. Energie krijg ik echter niet zomaar, ik moet het ergens vandaan halen. En waar kan ik beter terecht dan bij jou?
Kun jij je nog herinneren dat je met energie je dingen deed? Je ging mee in de stroom, de hele dag, de hele week, zelfs het weekend door. Je hoefde je geen zorgen te maken, de energie stroomde en vulde zich weer aan. Als vanzelfsprekend. Wel, ik nam en neem nog steeds energie bij je weg. Ik laat je niet met lege handen achter maar geef je er vermoeidheid voor terug! Daar mag jij het mee doen. Nee, daar moet je het mee doen.

Het is woensdag. Ik zit in een dikke deken gekruld op de bank. Eigenlijk ben ik best wel een koukleum. Ik zeg weleens gekscherend dat ik er niets aan kan doen, ik ben tenslotte dicht bij de evenaar geboren, een ‘zonnekind’.