Ik ga boodschappen doen.
Ik zie er tegenop.
Sinds ik een hersenkneuzing heb gehad blijf ik liever binnen. Ik woon middenin een grote stad en het is ook nog zomer dus buiten is het chaotisch druk en lawaaierig. Er rijden auto’s en bussen en fietsen (die laatsten het liefst op de stoep of tegen het verkeer in). Mensen steken schuin over en roepen naar elkaar in alle talen van de wereld. Op de hoek staat een generator, en op de andere hoek wordt een steiger gebouwd. Het zonlicht weerkaatst in de lak van geparkeerde auto’s en komt daardoor van alle kanten.
Het komt allemaal op me over als een overweldigende kakofonie van geluid en licht en beweging want ik kan al die prikkels niet meer goed filteren en op waarde schatten en alles komt dus op vol volume binnen.
Maar dat ziet niemand aan me.




